Wing Chun

Het Wing Chun Kung Fu is een eenvoudige vechtkunst die relatief makkelijk en
snel te leren is. De technieken zijn niet zozeer sierlijk, maar logisch en
praktisch in een gevecht. Het Wing Chun is een zeer geschikte stijl voor
zelfverdediging voor mannen, vrouwen én kinderen.
Het Wing Chun (loflied voor lente) is afkomstig uit het zuid-oosten van China.
De stijl is vernoemd naar het meisje Yim Wing Chun die de stijl leerde van de
non Ng Mui. Deze vluchtte uit het Shaolin klooster toen de Chinese keizer
opdracht gaf het klooster te vernietigen uit angst voor de monniken. Ze
gebruikte de stijl om een opdringerige man te verslaan. Yim Wing Chun gaf
vervolgens de stijl door.
Via Wong Wah Bo, Leung Chan en Chan Wah kwam het Wing Chun terecht bij
grootmeester Yip Man die de stijl in 1949 in Hong Kong introduceerde, alwaar het
snel een aanzienlijke populariteit genoot. Sigung (Grootmeester) J. Wang Kiu,
leerling van Yip Man, bracht het Wing Chun in de jaren zeventig als eerste naar
Europa. Thans wonende in Nederland, gaf hij o.a les aan Ruud Perreijn, sifu (leraar)
aan de Wing Chun Kung Fu vereniging Leiden. Sifu Ruud volgt de originele stijl
zoals hij deze van Wang Kiu geleerd heeft, zodat deze niet verloren zal gaan
voor het nageslacht.
In het Wing Chun ligt de nadruk op handtechnieken. Dit wil echter niet zeggen
dat de beentechnieken verwaarloosd worden. Deze komen aan bod als de leerling
enigszins gevorderd is en over de benodigde basistechnieken beschikt.